De kunstwerken van Roland Devolder

Roland Devolder ( 1938 Oostende) inspireert zich op de waarneembare werkelijkheid. Zijn werk is realistisch, met een vleugje Ensor, Spilliaert, Goya en Rembrandt. Hij is gefascineerd door de vis en in veel werken ziet men mensen in combinatie met grote vissen. In deze schilderijen is er altijd een duidelijke relatie tussen de mens en de vis, vaak lijkt het alsof ze met elkaar communiceren, naar elkaar kijken en vooral: elkaar begrijpen. Mens en vis doemen vaak op uit een rembrandteske achtergrond: Devolder houdt van clair-obscur en werkt in een gematigd warm palet van bruinen, zwarten met soms een fel rood en wit accent. In deze monumentale opzet lijken zijn verstilde schilderijen op stillevens met mensen, die in uiterste concentratie ergens in gedachten mee bezig zijn. Vaak ontroerend mooi.




Drs. J.R. Wolfswinkel

Kunsthistoricus

-------------------------------


Roland Devolder (1938) is geboren en getogen in Oostende. Hij werd opgeleid aan de academie van Gent.

De menselijke conditie staat centraal in het werk van Devolder. Hij toont de mens in vele gedaanten, alleen en in relatie tot elkaar, zoals aan tafel, in optochten, met hun onderlinge communicatie of pogingen daartoe. Hij werkt in de Vlaamse traditie van Ensor en Spillaert en verwerkt ook invloeden van Rembrandt en Goya.

Voor Devolder is de tekening het essentiële van de kunst. Hij heeft een idee voor een voorstelling in zijn hoofd, maar op het blanco papier of doek gaat de schets een eigen leven leiden, geholpen door het toeval. De kunstenaar houdt de regie en stuurt dit proces naar de succesvolle voltooiing. Devolder schildert zowel schetsmatig als gedetailleerd. Hij heeft een voorkeur voor rembrandteske clair-obscureffecten, hiertoe geïnspireerd door de ’s nachts op de boulevard door lantaarns verlichte mensen tegen de donkere zee als achtergrond.

Wonend aan de Belgische kust voelt Devolder zich sterk verbonden met de zee en de vissen. Allerlei soorten vissen spelen een hoofdrol in zijn oeuvre en roepen een fantasierijke en geheimzinnige sfeer op. In Onafscheidelijk (2009) zwemt of zweeft een grote vis voorbij aan een jongen tegen een nachtelijke achtergrond. De jongen kijkt een beetje weg, maar de vis kijkt je aan met een blik van verstandhouding. De man in In het diepst van mijn gedachten (2009) zit, in wit gehoogd, verschijnend uit de donkere nacht, vol aandacht aan een tafel te schrijven of te tekenen, terwijl een grote vis met wijd open bek boven zijn hoofd zwemt. Door hun blik en open bekken krijgen de vissen iets menselijks, anderzijds hebben zij een symbolische betekenis.

Een belangrijk thema in Devolders werk is de optocht, een metafoor van het leven. In zo’n theatrale, carnavaleske optocht gaat iedereen mee: muzikanten, rolstoelers, geiten, honden, een harmonicaspelend skelet op de rug van een ezel, en natuurlijk worden ze begeleid door vissen. Soms zijn de schilderijen humoristisch, melancholisch en/of maatschappijkritisch, maar altijd ontroeren zijn mensen en dieren en dwingen zij het respect van de kijker af.

Drs. J.R. Wolfswinkel
kunsthistoricus



--------------------


Op vrijdagavond 29 mei om 20.30 uur wordt deze expositie geopend door JOORIS VAN HULLE, literair criticus. -----------------------------------------------------De openingsrede was als volgt:

(...)

Meer dan gelijk welk ander werk van gelijk welk ander kunstenaar leent het oeuvre van Roland Devolder zich tot een literaire benadering. Heel bewust gebruik ik hier het woord ‘benadering’, en wil ik niet spreken in termen van ‘verklaring’. In het verhaal ‘Het laantje naar de leegte’ van auteur Jan Brokken – een verhaal dat een schilderij als onderwerp heeft – las ik ooit een bedenking die hier perfect van toepassing is. Ze luidt zo: ‘Verklaren betekent verliezen’. Wie bij de benadering van een kunstwerk de pretentie heeft ook écht een verklaring te willen geven van en voor het werk, ontneemt de toeschouwer het recht op een eigen interpretatie, een interpretatie die ver uitstijgt boven de technisch-ambachtelijke regels die bij een schilderij of een tekening zeker ook wel een rol komen spelen, maar in wezen voorbijgaan aan de essentie van wat het kunstwerk ons weet aan te reiken: de opening naar een andere wereld, een wereld die de werkelijkheid van het hic-et-nunc overstijgt en aansluitend aan de persoonlijke psychologische en emotionele toestand waarin we ons bevinden, een totaal eigen relatie met en tot het getoonde werk kan blootleggen.

Het suggestieve verbeeldingsproces dat mede aan de basis ligt van het scheppingsproces dient de kijker mee te voeren tot een eigen, verbeeldingsrijke inbreng. Op die manier ontstaat een dialoog tussen kunstenaar en toeschouwer, en meer precies nog – want de kunstenaar laat zijn schepping een eigen leven leiden – tussen het werk en de toeschouwer. Het is die dialoog die inspirerend kan werken, die de geest en het gemoed van de toeschouwer ontvankelijk maakt voor de idee, de boodschap (om een groot woord te gebruiken) die de maker van het werk zelf heeft geïnspireerd.

Zeker in het werk van Roland Devolder gaat het om het smeden van een innerlijke band, een ‘innerlijke vaart’ als het ware die ons als toeschouwer uitnodigt naar een verborgen landschap te betreden dat in de eerste plaats een zielslandschap is. Zolang het gaat om kunst waar we – en in het geval van Roland Devolder hoeft daar geen moment aan getwijfeld te worden – het stempel ‘kwaliteit’ kunnen op zetten, gaat het om werken die de complexiteit en de verwarring opzoeken die ons leven beheersen, werken die ons altijd confronteren met het vreemde, het onbekende, het vergetene.

Hoe vreemd, hoe onbekend of zelfs vergeten de diepere laag is waarop we in en door het werk van Devolder stoten, op geen enkel moment verglijdt een tekening of een schilderij van hem in een gratuit of vrijblijvend spel.
Ooit schreef Fernando Pessoa het volgende: ‘De wezenlijke waarde van de kunst schuilt in het feit dat ze de aanwijzing is van het het verblijf van de mens IN de wereld, het verslag van zijn emotionele ervaring MET die wereld. En aangezien de mens het meest werkelijk op aarde leeft door het gevoel, legt hij zijn ware ervaring vast in de jaarboeken van zijn emoties, en niet in de kroniek van zijn wetenschappelijk denken of in de geschiedschrijving van zijn heersers en bazen.’ –einde citaat

Wat Pessoa zegt, komt erop neer dat de kunstenaar vanuit een reflexieve houding de tijd becommentarieert waarin we leven. Dat hij daarin niet steeds de ‘communis opinio’ volgt, zorgt vaak voor verwarring, zeker in een tijdsklimaat zoals we het nu kennen en waarin ons via de media en andere commerciële kanalen een soort eenheidsgevoel wordt opgedrongen waaruit de persoonlijke inbreng zo nadrukkelijk mogelijk moet worden geweerd. De globalisering kortom van de smaak, die leeft bij de gratie van trends en modes, die inhaken op de snelheid waarmee we tegenwoordig door het leven razen en die nauwelijks nog ruimte laat voor een moment van stilstand en van bezinning.
Daarom is iedere vorm van kunst een antwoord op de wereld, of, zoals George Steiner het uitdrukt: ‘Ieder kunstwerk is in wezen een kritische handeling die ontstaat uit de overtuiging dat een betere wereld mogelijk is dan de beperkte waarin wij ons bevinden.’
Dit is het wat ook Pessoa bedoelt met de aanwezigheid van de kunstenaar IN de wereld. Geen mens, geen kunstenaar kan zo met zijn hoofd in de wolken leven dat hij als het ware niet meer ziet wat gebeurt rond hem of dat hij het niet meer wil zien. Het cliché als zou de kunstenaar een wereldvreemd iemand zijn, klopt dus allerminst.

Dames en heren,

Het werk van Roland Devolder is opgebouwd rond twee centrale thema’s: de mens en de vis. Misschien valt het thema, in de benadering waaraan wij ons hier wagen, nog beter te omschrijven als de confrontatie tussen mens en vis, meer algemeen, tussen mens en dier. Het gaat in de werken niet om twee afzonderlijke werelden, maar vooral om de manier waarop beide tot een soort twee-eenheid uitgroeien en zo perspectief en uitzicht bieden op een nieuwe werkelijkheid.

Het waarom en hoe van Devolders fascinatie voor vissen kan relatief makkelijk worden beantwoord. U kon het lezen op de bijzonder fraai verzorgde uitnodiging voor deze expositie: ‘Wonend aan de Belgische kust voelt Devolder zich sterk verbonden met de zee en de vissen.’ Er is dus die tastbare aanwezigheid van de zee in zijn leven. Maar, zo vertelde de kunstenaar mij, hier speelt ook een herinnering mee aan de kindertijd, een ervaring die ‘prente heeft geslagen in zijn ziel’: in het atelier van
de broer van zijn grootvader hingen vissen aan het plafond. Hoe bevreemdend, hoe intrigerend moet zo’n beeld zijn overgekomen op de jongen die hij toentertijd was en op dat moment nauwelijks een vermoeden kan hebben gehad dat hem daar reeds werd aangereikt wat hem zijn hele oeuvre door zou blijven aanspreken.

Binnen deze context die heen en weer pendelt tussen toen en nu, tussen heden en verleden, gedijt het kunstenaarschap van Roland Devolder.
Een kunstenaarschap dat de zichtbare lagen van de realiteit geduldig ‘afbreeuwt’ (een woord dat ons meteen terugvoert naar de sfeer van zee en vissers, het betekent: het schip ontdoen van de aanwas van wier en algen) – en de toeschouwer vanuit een eerste, vluchtige kennismaking met het werk meevoert naar een werkelijkheid ‘au-delà’ van het zichtbaar aanwezige.

Wat Devolder toont, is niet ‘een’ man of ‘een vrouw’, ‘een vis’ of ‘een’ rat of ezel. Aan de basis van zijn schilderijen en tekeningen ligt niet de visuele wereld zelf, maar een eerder moeilijk te omschrijven ‘état d’âme’, een manier van zijn, een gevoelstoestand die hem ertoe brengt een sfeer te creëren die het best kan worden omschreven als zijnde magisch-realistisch.

Wie bereid is samen met de kunstenaar de stap te zetten voorbij de grenzen van het direct waarneembare, hem of haar wacht een indringende ervaring. Dichter Martinus Nijhoff parafraserend die ooit schreef ‘lees maar, er staat niet wat er staat’, zou ik hier kunnen zeggen: kijk maar, er staat niet wat er staat. Het is en blijft de heerlijke paradox van her kunstwerk: kunst die vragen oproept, maar geen definitieve antwoorden formuleert. Kunst die verwart, maar daarom nog niet verwarrend is.

Op de weg van onze benadering worden wij onvermijdelijk geconfronteerd met de vraag naar de diepere, zeg maar symbolische betekenis van de vis.
Ed. Hoornik schrijft erover in zijn lange gedicht ‘De vis’, waaruit dir fragment:

De zee trekt zich terug van het land,
De maan staat nu hoger en witter;
de sterren hernemen hun stand.
Geknield bij iets wits in het zand
Zit de man. (Zijn droom gaat verder.)
’t Is een vis. De mond van de zee
heeft hem uitgespuwd op het strand:
gewelfd, een kleine ovaal
met de hard-blauwe glans van metaal
en haast even groot als een hand.
In geen enkel opzicht bijzonder
wordt de vis voor de man tot een teken,
een lotsbeschikking, een wonder.
Door de wildernis van zijn angst
breekt leven als water naar binnen:
een zee, een springvloed van hoop.

Net zoals Hoornik het hier verwoordt, is de vis ook in de Chinese kunst het symbool van voorspoed en oogst. En uiteraard kan de vis niet los worden gezien van de christelijke symboliek die ermee verbonden is: het Griekse woord ‘ICHTUS’ betekent als letterwoord Jezus Christus, Zoon van God, Redder’.
In het gedicht ‘Ichtus’ uit de bundel ‘Catacomben’ van Patrick Lateur horen we, binnen een christelijk-religieus geïnspireerde visie, een echo van de woorden van Hoornik:

Hier zwemt de Vis ingrijpbaar voor de reiger
van bron naar mond in eender wederkeer,
geeft hij het water leven en de twijgen
die buigzaam buigen in de golving neer.

Deze religieuze connotatie is vaak, soms tot in de titels van de werken, aanwezig in het oeuvre van Roland Devolder, maar telkens weer op een manier die ervan getuigt hoe hij zijn eigen interpretatie en zijn eigen aanvoelen laat primeren boven het louter reproduceren van een aan tradities en overlevering gebonden feitelijkheid. ‘Het laaste Avondmaal’ wordt in zijn benadering ‘De grote bijeenkomst’, een werk als ‘De Heilige Geest’ refereert nog wel aan de duif als symbool, maar baadt dan weer in een mysterieuze, bijna onvatbare sfeer.

Die sfeer, - ik had het er reeds over - daar gaat het in de eerste plaats om als we het werk van Roland Devolder willen benaderen.
Hoe hij als schilder en tekenaar die sfeer weet te creëren, heeft veel, zoniet alles te maken met de techniek die hij in de loop van zijn artistieke evolutie steeds meer verfijnd heeft. Devolder manifesteert zich nadrukkelijk als tonalist: tegen een zwarte achtergrond, die het theatrale effect verhoogt van hetgeen op het blad of op het doek verschijnt, meanderen de tinten van grijs tot wit. Dat hiermee gezegd is dat Devolder de kleur radicaal en exhaustief afwijst, zou ons te ver leiden. Af en toe, als geleid door het toeval, verschijnen kleurvlekken in de werken, van rood bijv. , een toets die een sluimerend gevoel van warmte weet op te roepen.
Binnen deze tonaliteiten - de schoonheid van zwart,blank en grijs – en, hieraan gekoppeld, een doordacht aangezet lijnenspel spreidt Devolder over zijn werken een zacht licht dat over de figuren met hun raadselachtige gezichten , de vissen, de voorwerpen openwaaiert. Ik had het hier al eerder over het magisch-realisme van dit werk. De paradox tussen twee dimensies in ons bestaan wordt hier op een originele en bijzonder aansprekende manier tot een onlosmakelijk geheel verbonden: de verbinding van helderheid en wazigheid, van licht en donker, van rust en dynamische intensiteit, van verhullende verdroming en onthullend ontwaken.

Dames en heren,

Roland Devolder is nu al bijna een halve eeuw de weg opgegaan van een zich steeds weer verdiepend kunstenaarschap.In zijn roman ‘Daar komen scherven van’ schrijft Ivo Michiels:
‘Misschien is juist dit bepalend voor het creatieve avontuur in het algemeen: dat in waarheid nooit zoiets als een eindpunt in zicht is en dat de curve die jaar na jaar beschreven wordt, te herleiden is tot een aaneenschakeling van beslissende momenten waarin geduld en ongeduld, twijfel en absolutisme, doen en denken, cijfer en uitkomst samenvallen. Pas hoog op de top van de keten ligt de ruimte open naar een volgende top, niet eerder.’ – einde citaat

Deze uitspraak zet het oeuvre van Roland Devolder in perspectief. Iedere nieuwe beweging erin vloeit als het ware logisch en in zekere mate ook dwingend voort uit het punt waarop hij net daarvoor was aangekomen. In de vormentaal die hij heeft ontworpen, zoekt hij geen goedkope effecten en weigert hij zich te plooien naar de wetmatigheden van het makkelijke en directe succes.

Met Roland Devolder, dames en heren, haalt Galerie Blom een artiest in huis die niet alleen in België, maar over de grenzen heen gewaardeerd wordt en wiens werk vaak in de traditie van grote voorgangers als Brueghel, Bosch en Ensor wordt geplaatst. Voor Galerie Blom is deze tentoonstelling een bewijs van de bewuste artistieke koers die zij wil voeren. Ooit zei Oscar Wilde het volgende: ‘Mijn smaak is heel eenvoudig. Ik ben altijd tevreden met het beste.’
Korter en krachtiger kunnen voor de galerij de smaak en de eruit voortvloeiende keuze van de artiesten die hier worden uitgenodigd, niet worden samengevat.


Jooris van Hulle

In dubio

tekening op papier
22 x 32 cm.

Mijmering

tekening op papier
22 x 23 cm.

Ruiter

brons e.a. 3/4
33 cm. hoog